Op bezoek bij het JvG Trainingscentrum: ‘Je voelt hier de energie om vooruit te gaan’
In de topsportomgeving van Papendal werken deelnemers van het Jelle van Gorkom Trainingscentrum aan iets wat voor veel mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) allesbehalve vanzelfsprekend is: weer vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen.
Tijdens een bijeenkomst op 12 mei, georganiseerd door de kerngroep Technologisering van het AKC, krijgen zo’n veertig arbeidsdeskundigen een kijkje achter de schermen bij het trainingscentrum van voormalig olympisch BMX’er Jelle van Gorkom. De locatie is niet toevallig gekozen. Juist op Papendal – waar Jelle in 2018 zwaar ten val kwam tijdens een training – bouwde hij samen met zijn team aan een plek waar sport, herstel en mentale groei samenkomen.
‘We wilden heel graag op Papendal blijven’, legt compagnon Ad van Ham uit tijdens de presentatie. ‘Die topsportomgeving doet iets met mensen. Je voelt hier de energie om vooruit te gaan.’ Dat vooruitgaan staat centraal in de aanpak van het trainingscentrum. Niet als medische behandeling, maar als intensief traject waarin deelnemers fysiek, cognitief én mentaal worden uitgedaagd. Ze trainen in groepsverband en werken onder begeleiding van onder anderen sportkundigen, fysiotherapeuten, ervaringsdeskundigen en een mental coach. ‘Wij komen bewust ná de revalidatie’, gaat Ad verder. ‘Dan ben je “medisch klaar”. Maar wat als iemand voelt: ik wil nog zoveel? Dan komen ze bij ons.’
Focussen op de mens die opnieuw in beweging wil komen
Tijdens de bijeenkomst wordt duidelijk hoeveel impact die aanpak heeft. Deelnemers vertellen dat ze weer energie hebben, beter omgaan met prikkels of voor het eerst weer een verjaardag kunnen volhouden. Sommigen gaan weer studeren, anderen pakken vrijwilligerswerk op of zetten stappen richting werk.
Arbeidsdeskundigen in de zaal herkennen veel van de problematiek uit hun eigen praktijk. Verschillende aanwezigen geven aan dat zij zelf regelmatig cliënten begeleiden met NAH of vergelijkbare klachten. Al spreken ze bij het JvG Trainingscentrum liever over ‘deelnemers’. Want: niet de beperking staat centraal, maar de mens die opnieuw in beweging wil komen.
Die beweging is letterlijk én figuurlijk. Het programma combineert fysieke inspanning met cognitieve training. Bijvoorbeeld geheugentaken uitvoeren tijdens het sporten, omgaan met steeds meer prikkels of leren functioneren in situaties die in het dagelijks leven energie vragen.
Volgens het team begint veel herstel bij zelfvertrouwen. ‘Het fysieke stuk helpt daarbij enorm’, vertelt Jelle. ‘Als iemand merkt: ik kan weer een stoep op lopen of een drukke ruimte aan, dan groeit ook het vertrouwen in andere dingen.’
Motivatie als motor
Opvallend tijdens de presentatie was hoeveel nadruk er lag op motivatie en eigen regie. Leeftijd, achtergrond of de ernst van het letsel blijken minder bepalend dan de wil om stappen te zetten.
Dat werd mooi zichtbaar in het verhaal van oud-deelnemer Ellie. Zij kreeg eerder te horen dat ze het rustiger aan moest doen, maar voelde zelf dat stilstand haar niet verder hielp. ‘Ik ben ervan overtuigd dat je geestelijk en lichamelijk fit blijft als je in beweging blijft.’
Na zijn ongeluk klampte Jelle zich vast aan de bekende quote van Nelson Mandela: ‘Everything seems impossible until it’s done.’ Met andere woorden: alles is mogelijk, als je maar wilt. En dat is ook de filosofie van het trainingscentrum. ‘Wij zijn sportmensen, geen medici’, benadrukt Ad. ‘We verrichten geen wonderen, maar zien wel vaak dat iemand met motivatie en training veel meer kan dan op voorhand wordt gedacht.’
Over hulpmiddelen en aanpassingen is het team dan ook eensgezind. Jelle: ‘Als het echt niet anders kan is het mooi dat ze er zijn. Maar daag jezelf ook uit en verleg je grenzen. Heb je die stok of rollator nu écht nodig? Probeer het eens zonder. Kijk hoeveel vertrouwen het je geeft als het lukt.’ Bovendien is ook voor het leven en werken met een hulpmiddel meer nodig dan techniek alleen, zegt Ad. ‘Vaak gaat het om acceptatie dat je niet meer 100% de oude wordt, en motivatie om daar wel weer zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen.’
Werk als gevolg, niet als doel op zich
Hoe kijkt het trainingscentrum naar participatie en werk? Het centrum koppelt herstel niet direct aan een strak re-integratiedoel. ‘Werk is bij ons geen hard doel’, vertelt Ad. ‘Het is vaak een gevolg van de stappen die iemand hier zet. Als iemand bijvoorbeeld weer meer de deur uit gaat, is het soms al enorme winst.’
Die benadering sluit aan bij wat arbeidsdeskundigen dagelijks zien: duurzame participatie begint vaak bij belastbaarheid, zelfvertrouwen en het hervinden van regie. Soms leidt dat tot betaald werk, soms tot vrijwilligerswerk of simpelweg weer mee kunnen doen in het dagelijks leven.
Een traject bij het JvG Trainingscentrum begint met een intake en duurt vier maanden. Daarna is er nazorg. Op jaarbasis kunnen 50 tot 60 mensen met NAH deelnemen. Meer weten? Kijk op www.jvgtrainingscentrum.nl.


